Virtuele stedentrip: Laatste dag Parijs, Montmartre deel 2: meer schilders, meer begraafplaatsen een beetje erotiek en nog een beetje Amélie

Weer op plaats van bestemming: het is in Parijs ook eindelijk afgekoeld, overwegend bewolkt, 25 graden
Weer thuis: overwegend zonnig, 20 graden

Ik zou nog langer kunnen blijven want ik heb nog lang niet alles gezien, maar ik heb zo’n beetje alles gedaan wat ik wilde doen en er zijn nog zoveel andere mooie en interessante bestemmingen. Ik had alleen nog gepofte kastanjes en chouquettes willen eten (kastanjes zijn meer een herfstding en de chouquettes kan ik bakken nu het niet meer te warm is om de oven aan te zetten), de koperen plaatjes van de Meridiaan van Aarago willen zoeken en naar de Marché aux Puces van Saint-Ouen willen gaan.
Als ik echt in Parijs was geweest was ik nog naar de Fnac en de Monoprix gegaan, had ik carambars, madeleines met rozijntjes (de nature kan ik hier ook krijgen en ik kan ze natuurlijk ook zelf bakken) en een paar blikken cassoulet en flessen Le petit Marseillais gekocht (misschien moet ik binnenkort maar weer eens naar de Franse supermarkt) en was ik op terrasjes gaan zitten en had een koffie, oragina of citron pressé besteld. Virtueel kan er best veel, maar ik mis de eenvoudige mis de simpele dingen van in een andere stad zijn best wel. Als er trouwens plekken zijn in Parijs waar ik niet naartoe ben geweest en waarvan je vindt dat ik ze echt moet zien, laat het maar weten en als je vragen hebt lees ik het ook graag. Onderaan staan alvast wat ongevraagde tips 🙂

Ik was gisteren bij Place du Tertre gestopt. Een van de straten weg van het plein is Rue Norvins, maar is heel erg druk en er lopen alleen maar toeristen dus ik vond het leuker om door Rue Poulbot te lopen want daar is het veel rustiger, zijn mooie doorkijkjes en veel leukere en minder toeristische restaurantjes en dan kan je naar Espace Dali. Ik ben daar nooit geweest dus geen idee of het leuk is.
Daarna had ik Rue de l’Abreuvoire in kunnen gaan, maar vanaf de top van de straat is het uitzicht mooier dus ging ik naar Musée de Montmartre, een klein museum over geschiedenis en kunst van Montmartre. Het museum bestaat uit twee afzonderlijke gebouwen. Het Maison du Bel-Air is gebouwd in 1660 en hier is de permanente collecties van het museum te vinden Het andere gebouw is Hôtel Demarne, een herenhuis uit 1680, dat verfraaid is met een nieuwe neoklassieke gevel, en dit huisvest tijdelijke tentoonstellingen. De gebouwen waren een broeinest van creativiteit. Kunstenaars woonden hier en het was hun ontmoetingsplaats. Auguste Renoir huurde er in 1876 een atelier en maakte tijdens zijn verblijf grote schilderijen zoals Bal du Moulin de la Galette, La Balançoire  en Jardin de la rue Cortot à Montmartre. Andere bewoners waren onder meer Suzanne Valadon en haar zoon Maurice Utrillo, Ëmile Bernard, Othon Friesz en Raoul Dufy. Ik vond het museum leuk en interessant, maar ik vond de tuin nog mooier en ik was hier in oktober dus er bloeide weinig meer. De tuin biedt ook een mooi uitzicht op de wijngaard die achter het museum ligt.

Die wijngaard is de Clos-Montmartre . Dit is de oudste wijngaard van Parijs. Je kan er niet in, maar hij is goed te zien vanaf de weg en dus vanuit de tuin van het museum. Ik vind het heel speciaal zo’n wijngaard in de stad. De eerste keer dat de wijngaard vermeld staat in documenten was in 944. In de 12e eeuw werden er wijnstokken geplant door nonnen van de abdij van Montmartre. Door de verarming van de abdij zag zij zich genoodzaakt haar wijngaardpercelen te verkopen. In de 18e eeuw was driekwart van de heuvel bedekt met wijnranken en de wijn, die niet aan accijnzen onderworpen was omdat hij buiten Parijs lag, stimuleerde de opening van herbergen en cabarets. In 1860 vonden woningbouwprojecten plaats (door Haussmann) ten koste van de overgebleven wijngaarden.
Waar nu de wijngaarden zijn, bevond zich vroeger een tuin en een huis waar de liedjesschrijver en zanger Aristide Bruant woonde . De schilder Toulouse-Lautrec kwam in deze tuin schilderen. In 1933 werd de huidige wijngaard aangelegd en omdat hij op het noorden ligt is de oogst pas mid oktober. De druiven worden geperst in de kelders van het stadhuis 
van het 18e arrondissement. De wijn wordt geveild n de opbrengst gaat naar de sociale welzijnsorganisaties van Montmartre.

Naast de wijngaard ligt Au Lapin Agile, een cabaret dat opende in 1860. Andere beroemde cabarets waren/ zijn Le Moulin Rouge waar ik straks nog kom, Folies Bergère (in het 9e arrondissement) en Le Chat Noir. Het Franse cabaret is iets anders dan wat wij nu in Nederland cabaret noemen . Een cabaret was een herberg waar bezoekers iets konden drinken, eten en naar een soort revue konden kijken met zang, dans en voordrachten van poëzie en verhalen. Nu is het meestal geen herberg meer maar een café waar optredens plaatsvinden met zang zoals in de Lapin Agile of (erotische) dans zoals in de Moulin Rouge. De net genoemde Aristide Bruant trad op in Le Chat Noir en Toulouse-Lautrec is nu vooral bekend van de affiches die hij voor de cabarets maakte. De clientele bestond uit kunstenaars maar ook uit criminelen en prostitués.
Aristide Bruant, die steeds een vaste klant was van Au Lapin Agile, raakte bevriend met de eigenaar, en toen het gebouw in 1913 gesloopt zou worden, kocht hij het. Na de Eerste Wereldoorlog zou Au Lapin Agile het nooit meer de ontmoetingsplaats voor schrijvers en kunstenaars zijn. Nu worden er nog steeds optredens georganiseerd vooral met Franse chansons. 

De tweede begraafplaats waar ik naartoe ging is Cimetière Saint Vincent. Deze begraafplaats werd aangelegd toen Cimetière du Calvaire te klein werd (lijkt me vrij snel) en werd in 1831 geopend. Schilders Eugène Boudin, Maurice Utrillo en Jules Chéret (vooral ontwerper van affiches), actrice Anouk Aimée en filmregisseur Marcel Carné liggen hier begraven.

Hierna kwam ik weer langs een plek uit de film Amélie Poulain: Lamarck – Caulaincourt metrostation. Onderaan de trap bij de ingang van het metrostation begint het Montmartre van de Parijzenaars. Hier zitten de leuke cafés en restaurants waar niet alleen toeristen komen en vooral ’s avonds is het hier erg leuk. Maar ik ging de trappen weer op want ik ben tenslotte een toerist.
Voordat ik via de mooie straatjes de heuvel afliep ging ik eerst nog trapje op bij
Square Joel le Tac en kwam zo op Place Dalida met een buste van de zangeres voor het gebouw waar ze woonde. Dalida was een Franse zangeres en actrice van Italiaanse afkomst die vooral in de jaren ’60 en ’70 heel populair was. Ik ken haar vooral van het numer Parole Parole dat ze samen met Alain Delon opnam en ik kan me herinneren dat ik haar heel mooi vond toen ik klein was. In 1987 pleegde ze zelfmoord. Het zou geluk in de liefde brengen als je over de borsten van de bust wrijft. Het is onduidelijk waar dit vandaan komt en het wordt niet altijd gewaardeerd door de bewoners van de buurt. Ik vind dit soort gebruiken fascinerend en ook een beetje stom maar de buste vind ik er daardoor wel mooier uitzien. Nu kon ik drie kanten op, rechts: Allée des Brouillards, Place Cascadus en Square Suzanne Buisson (verzetsheld) met het beeld van Saint Denis, links: Rue de l’Abreuvoir die volgens Emily in Paris uitgeroepen is tot mooiste straat van Parijs met aan het eind
La Maison Rose, een restaurant beroemd om haar clientèle:  Pablo Picasso, Amedeo Modigliani,  Suzanne Valadon en Maurice Utrillo die La Maison Rose een aantal maal schilderde en later Édith Piaf, Barbara, Charles Aznavour, Jacques Brel, Albert Camus,. Nu is het vooral beroemd op instagram en door Emily in Paris. Ik keek wel naar het mooie uitzicht vanaf de top van de straat, maar ik ging rechtdoor door Rue Girardon tot Place Marcel Aymé waar zich Le Passe-Muraille bevindt. Dit is een opmerkelijk bronzen sculptuur van een man die uit de muur stapt en komt van het beroemde gelijknamige korte verhaal van Marcel Aymé over een bescheiden man die ontdekt dat hij door muren kan lopen.

Aan het eind van de straat staat Le Moulin de la Galette. In de 18e en 19e eeuw stonden er rond de 15 molens op Montmartre die vooral meel maalden voor het dorp, Parijs een aangrenzende gemeenten. Van die 15 molens zijn er nu nog twee over en die zijn gered toen ze in de jaren 1809 gekocht werden door de familie Debray. De molens zijn Le Blute-fin (wat zoiets als fijngezeefd betekent) uit 1622 en Le Radet uit 1721. De molenaarsfamilie Debray maakte ook een brood dat galette heette en daar komt de naam van de molen vandaan. En nu wordt het een beetje ingewikkeld. In 1830 werd Le Blute-fin, die op of naar Place du Tertre stond een guingette. Van Gogh en Renoir (die het schilderij Bal au moulin de la Galette noemde) schilderden de molen en de feesten die er plaatsvonden.

Moulin de la Galette (Radet)

Zowel Le Blute-fin als Le Radet werden verplaatst in 1924 en de molen die nu bekend staat als Le Moulin de la Galette is niet Le Blute-fin maar Le Radet. Le Moulin de la Galette is nu een restaurant.
Toen ik een stukje Rue Lepic inliep zag ik een boog op de muur met de tekst Moulin de la Galette net als bij de boog voor Le Radet. Toen ik naar boven keek zag ik tussen de bomen de echte Moulin de la Galette: Le Blute-fin.

Vanaf Rue Lepic lopen twee steegjes met een trap naar Avenue Junot maar die zijn afgesloten dus als ik echt naar Villa Léandre had gewild had ik om moeten lopen, maar nu kon ik gewoon doorsteken. Villa Léandre is geen gebouw maar een schattig doodlopend straatje met huizen in Anglo-Normandische stijl dat niet zou misstaan in Londen. Het straatje werd aangelegd in 1926 en is vernoemd naar de schilder en illustrator en geboren Montmartrois Charles Léandre. Leuk weetje: naast  de deur van nummer 10 hangt een 10 Downing street. In 1970 kocht acteur Michel Piccoli dit huis voor zijn vrouw zangeres Juliette Greco.

Ik vervolgde mijn route Rue Lepic af. Op nummer 54 hebben Vincent en Theo van Gogh gewoond en Vincent van Gogh schilderde het uitzicht.
Vanaf Rue des Abbesses loopt de straat in een knik en dan komt het deel dat ik het leukste vind. Hier zitten heerlijk eetwinkels waarvan een deel er al heel lang zit, maar ik zag ook dat een deel van de fijne winkels die er zaten zoals de rotisserie die nu weg zijn. Deze straat komt ook in de film Amélie Poulain voor en het Café des 2 Moulins, het café waar Amélie werkt, zit ook in deze straat. Ik wou bijna schrijven dat het café uit de film echt bestaat maar dan lieg ik een beetje. Het bestond echt maar ze hebben zoveel verbouwd dat het er vanbinnen nog nauwelijks uitziet als in en voor de film (want het zag er echt uit zoals in de film). Het eten vond ik ook niet fantastisch (understatement) dus als je echt een enorme Amélie fan bent en je wilt er perse naartoe ga er dan alleen iets drinken, maar eigenlijk zou ik adviseren gewoon door te lopen.
Aan het eind van Rue Lepic ging ik rechts en kwam ik langs Le Moulin Rouge. In 1889  werd dit cabaret geopend door Joseph Oller en Charles Zidler die al eigenaar waren van l’Olympia. Op het dak staat een grote, rode imitatie-windmolen en behalve de naam heeft het niets te maken met de echte molens van Montmartre.
In de beginjaren werden in Le Moulin Rouge extravagante shows opgevoerd geïnspireerd op circusacts. Sommige attracties uit die tijd zijn nog steeds bekend, zoals  de cancanshows met sexy danseressen. Een bezoek aan Le Moulin Rouge schijnt een fantastisch avondje uit te zijn, maar ik zou het niet weten, ik ben er nooit geweest.
Inmiddels was ik in de rosse buurt beland en dat bedoelde ik met het rauwe randje van de wijk. Op Boulevard de Clichy zaten altijd veel sexshops en peepshows, maar ik zag er street view niet veel meer.

Als laatste ging ik naar de derde en grootste begraafplaats van Montmartre: Cimetière de Montmartre of Cimetière du Nord. De oorsprong van de begraafplaats is verbonden met een enorme gezondheidscrisis aan het eind van de 18e eeuw. In 1780 was de Cimetière des Innoscents , bij Les Halles, overvol, wat leidde tot epidemieën en kelderinstortingen. Bij koninklijk decreet werden begrafenissen binnen de stadsmuren verboden. Er werden alternatieve begraafplaatsen buiten de stadsgrenzen geopend en de oude steengroeven van Montmartre leken daarbij een voor de hand liggende oplossing. Tijdens de Franse Revolutie werd de locatie gebruikt als massagraf. De lichamen van de Zwitserse Gardisten die tijdens de bestorming van de Tuileries in 1792 waren gedood werden er gedumpt.
De begraafplaats, zoals we die nu kennen, werd officieel ingewijd op 1 januari 1825. Montmartre was toen nog geen onderdeel Parijs. Over de begraafplaats loopt een grote verkeersbrug. De brug werd in 1888 gebouwd en niet iedereen was het daar mee eens (logisch!), maar ik vind het wel mooi en mysterieus hoe hij over de graven loopt.

Er liggen veel beroemdheden op de Cimetière de Montmartre begraven, zoals de kunstenaars Edgar Degas, Gustave Moreau, Ary Scheffer en Chaïm Soutine, de schrijvers Alexandre Dumas, Stendha en ondanks dat het lichaam van Émile Zola naar het Panthéon is overgebracht staat zijn tombe er nog, de musici Hector Berlioz, France Galle, Michel Berger, en ik zou zeggen uiteraard Dalida. Ook ligt de acteur François Truffaut hier en de wetenschapper Léon Foucault van de slinger.

Ik sluit af met een paar van mijn favoriete paar van mijn favoriete foto’s van Montmartre en een paar tips, die eigenlijk voor heel Parijs gelden:

  • Pas op voor zakkenrollers en oplichters (balletje balletje, vriendschapsarmbandjes, petitie tekenen). Hier staat een handig overzicht).
  • Kies een restaurant/bistro/brasserie om te lunchen waar niet alleen toeristen zitten en niet op de meest toeristische plek zitten. En kies voor de Formule midi, dit zijn vaak simpele gerechten die ter plekke gemaakt zijn en het is niet duur. Ik ben groot fan! Veel bistros maken gerechten die ze à la carte serveren niet zelf maar krijgen ze bevroren aangeleverd.
  • Of je kan brood of een sandwich kopen bij een bakker, doe dat ook echt bij een boulangerie en niet bij een sandwich shop want die zijn duurder en het brood komt waarschijnlijk uit een fabriek.
  • Als je ergens heel veel toeristen ziet, draai dan om en neem een andere straat, meestal kom je dan op hele mooie plekken die je anders nooit gezien had.
  • Als je een winkel binnengaat, een brood koopt bij de bakker, of als een ober je bestelling opneemt begin altijd met “Bonjour” of “Bonsoir”! Dat is gewoon beleefd. Als je echt geen Frans spreekt leer dan een paar woordjes als “une baguette s’il vous plaît (een stokbrood graag) of “parlez vous anglais” (spreekt u Engels) voordat je in het Engels begint. Ook dat is gewoon fatsoenlijk. Ik heb de afgelopen weken heel veel filmpjes op YouTube gekeken met tips voor Parijs en dit komt telkens terug terwijl ik het niet meer dan logisch vind om iemand te begroeten.
  • Wil je leuke souvenirs of originele cadeaus meenemen, ga naar de Monoprix.

Eten
Vanavond at ik lasagne. Niets Frans dus maar het was wel lekker.

Vandaag gebruikt
Musée de Montmartre https://fr.wikipedia.org/wiki/Mus%C3%A9e_de_Montmartre, https://museedemontmartre.fr/
Clos-Montmartre https://fr.wikipedia.org/wiki/Vigne_de_Montmartre
Au Lapin Agile https://fr.wikipedia.org/wiki/Au_Lapin_agile
Cimetiere Saint Vincent https://en.wikipedia.org/wiki/Saint-Vincent_Cemetery
Rue de l’Abreuvoir https://fr.wikipedia.org/wiki/Rue_de_l’Abreuvoir_(Paris)
La Maison Rose https://fr.wikipedia.org/wiki/La_Maison_Rose
Le Passe-Muraille https://parissecret.com/histoire-de-la-plus-atypique-des-sculptures-le-passe-muraille-de-montmartre-paris/
Le Moulin de la Galette https://en.wikipedia.org/wiki/Moulin_de_la_Galette
Villa Léandre https://fr.wikipedia.org/wiki/Villa_L%C3%A9andre
Moulin Rouge https://fr.wikipedia.org/wiki/Moulin-Rouge
Cimetière de Montmartre https://cimetiere-montmartre.com/lhistoire-du-cimetiere-de-montmartre/

Wandelingen
Google Street view

Gidsen
Capitoolgids Parijs

Aan het lezen
Het boekenschip van Parijs van Nina George, het vervolg op De boekenapotheek aan de Seine

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.