Weer op plaats van bestemming: bewolkt en regen, 20 graden
Weer thuis: zon, bewolking en regen, 20 graden
Gisteren kon ik niet naar Parijs want ik had een afspraak bij de kapper. Ik liet een Franse bob knippen, zonder pony want dat staat me niet en ik heb hele rare kruinen. Daarna ging ik heel Frans lunchen bij een van mijn favoriete tentjes: croque monsieur en orangina. Toen ik thuis kwam lag er een pakketje met de thee van Mariage Frères die ik besteld had dus ik heb meteen een kop thee gemaakt en ik denk dat dit de lekkerste chai is die ik ooit gedronken heb. Vanochtend maakte ik weer pain perdu omdat ik de rest van de brioche nog niet in de vriezer had gedaan. Na het ontbijt ging ik op pad in het 1e arrondissement.


Ik begon op Place Colette en het eerste dat me opviel was de ingang van het metrostation. Deze constructie, Le Kiosque des Noctambles, is gemaakt door kunstenaar Jean-Michel Othoniel. Het doet me een beetje denken aan enorme kralen. Tot 1966 had het pleintje geen naam. Het werd pas in 1966 naar een van Frankrijks beroemdste schrijfsters vernoemd, van wie ik toch maar eens een boek moet lezen. Aan het pleintje liggen twee beroemde gebouwen het Palais-Royal en de Comédie-Française.
Ik ging eerst naar het Palais-Royal. In 1624 kocht eerste minister kardinaal de Richelieu een stuk grond vlakbij het Louvre en liet hier een huis bouwen zodat hij dichtbij de koning kon wonen. Hij liet het daarna uitbreiden tot een echt paleis en het werd al snel Palais-Cardinal genoemd. Na zijn overlijden in 1642 en het overlijden van koning Louis XIII verhuisde de weduwe van de koning Anna van Oosterrijk naar dit paleis en sindsdien begon men de naam Palais-Royal te gebruiken. Na de Franse revolutie en onder Napoleon woonden er nazaten van de koninklijke familie in het paleis. Nu zitten het Franse Ministerie van Cultuur, de Franse Raad van State en de Grondwettelijke Raad in het gebouw. Waarschijnlijk is het hierom ook niet te zien via Google street view. Ik ben er ook nooit echt geweest dus kon niet afgaan op herinneringen en moest ik zoeken naar foto’s. Op de site van het Palais-Royal staan wel wat foto’s maar niet veel. Dit filmpje vond ik daarom extra leuk.
Leuk feitje: In 1985 liet minister van Cultuur Jack Lang in het volledige binnenhof van het paleis, dat tot dan toe als parkeerplaats werd gebruikt, een monumentaal beeldhouwwerk aanbrengen. Les Deux Plateaux van Daniel Buren, ook wel bekend als “les colonnes de Buren” bestaat uit 260 afgekapte zuilen, die over de 3000 m² grote binnenplaats verspreid staan. Uiteraard zorgde het moderne werk voor veel ophef, omdat men vond dat het niet paste met het classicistische gebouw.
Het gebouw waar de Comédie-Française zit werd ook aangelegd door Richelieu en is eigenlijk onderdeel van het Palais-Royal. Sinds 1799 zit de theatergroep Comédie-Française op deze locatie. De Comédie-Française werd in 1680 opgericht bij koninklijk decreet van Louis XIV om de enige twee Franse Parijse gezelschappen van die tijd samen te voegen: het gezelschap van het Hôtel Guénégaud (het gezelschap van Molière en dat van het Hôtel de Bourgogne. Hun eerste gezamenlijke voorstelling was
Phèdre van.Racine. In het theater worden nu nog steeds klassieke stukken opgevoerd. Tijdens de covidlockdowns werden er online voorstellingen gegeven, waaronder een volledige lezing van À la recherche du temps perdu van Marcel Proust , voorstellingen op YouTube genaamd Théâtre à la table, waarbij de acteurs stukken uit het repertoire opvoerden.
Verderop in de Rue Saint-Honoré staat de Église Saint-Roch. Deze kerk werd vanaf 1653 aangelegd in opdracht van Louis XIV en hij legde de eerste steen zelf samen met zijn moeder Anna van Oostenrijk. Hij was pas in 1722 klaar, maar toen moesten het interieur en de gevel nog gemaakt worden. De kerk raakte tijdens de Franse revolutie zwaar beschadig en geplunderd. Ze is nog steeds open voor diensten en staat bekend als de parochie van kunstenaars, wat verwijst naar degenen die er begraven liggen: onder meer Pierre Corneille, André Le Nôtre en Denis Diderot. De kerk is best groot maar omdat hij wat verdekt opgesteld staat in een smalle straat denk ik dat niet veel toeristen van het bestaan weten. Jammer, want ik vond het een hele mooie kerk en was ook blij toen ik hem jaren geleden met dank aan de Capitoolgids ontdekte. Vooral de beschilderde koepel vond ik erg mooi.
Na de kerk ging ik naar het Louvre. Je zou bijna vergeten, en er zullen waarschijnlijk misschien mensen zijn die het ook echt niet weten, maar het Louvre is gebouwd als koninklijk paleis. Op de plek van het Louvre werd in 1190 het eerste kasteel gebouwd tegen de stadsmuren om de stad te beschermen. De koningen woonden toen nog op Île de la Cité en pas in de 14e eeuw verhuisde het hof naar het Louvre. Een deel van de muren van het kasteel werden blootgelegd tijdens de bouw van de glazen piramide en zijn nog te zien onder het museum. Op de miniatuur van oktober uit het Getijdenboek Très Riches Heures van de Duc de Berry gemaakt door de gebroeders Van Lymborg (onlangs was daar nog een interessante docuserie over op NPO) is goed te zien dat het echt een kasteel was inclusief torens. Toen het kasteel zijn functie verloor maakte Charles V het tot zijn paleis. Na de Honderdjarige Oorlog, waarin het heel veel schade opliep werd opdracht gegeven het kasteel weer op te bouwen, maar pas dik een halve eeuw later gebeurde dat ook echt. Het kasteel werd toen een paleis in Renaissancestijl en er werden vier vleugels rond een grote binnenplaats, Cour Carrée, gebouwd. Louis XIV verhuisde van het Louvre naar Versailles waarna het paleis niet meer als zodanig gebruikt werd. In 1779 kwamen er plannen om in het paleis een museum onder te brengen en mede door de Franse revolutie werden de plannen werkelijkheid.
Napoleon Bonaparte bracht veel kunst, die hij had buitgemaakt tijdens zijn veldtochten, onder in het museum. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de belangrijkste werken ergens anders ondergebracht. In 1989 werd be piramide onthuld die in opdracht van president MItterand werd gebouwd. Er was veel protest tegen de bouw en dat kan ik me ook nog herinneren, maar nu hoort het bij het museum en hoor je er niemand meer over. Hier staat een interessant filmpje over het paleis.

In het Louvre kan je dagen doorbrengen en dan heb je nog niet alles gezien. Ik deed daarom altijd maar een of twee stukjes per bezoek en soms ging ik een dag later terug om nog een aantal zalen te doen. Een van de eerste keren dan ik in het Louvre was was met school toen ik een jaar of zeven was (ik woonde toen in Frankrijk en zat op de internationale school in Saint-Germain-en-Laye. Ik kan me er, uiteraard, weinig van herinneren maar ik weet nog wel dat we met de hele klas op de trappen bij de Victoire de Samothrace lagen. Ik dacht hier laatst weer aan denken toen ik een klasje zeven jarigen op de grond in het Rijksmuseum zag liggen tekenen. De Victoire (Nike) de Samothrace is nog steeds een van mijn favoriete kunstwerken in het Louvre net als de Venus van Milo. Pas later ontdekte ik de schilderijen en uiteraard vind ik de Mona Lisa erg mooi (de mensenmassa ervoor vond ik altijd wat minder), maar ik vind het zelfportret van Albrecht Dürer en De kantwerkster van Vermeer ook heel erg mooi. Ik vond het erg fijn ik dat de hele collectie van het museum op de site staat, maar zelfs zo was ik dagen zoet met het bekijken van de kunstwerken.





In de zijvleugel van het Louvre zit het Musée des Arts Décoratifs. Ik zou hier niet op dezelfde dag als het Louvre naartoe gaan, want dat is echt te veel, maar ik vond het een verrassend leuk en divers museum. Er zijn gebruiksvoorwerpen, design, mode en schilderijen te zien uit verschillende perioden.
Jardin des Tuileries zijn oorspronkelijk de tuinen die hoorden bij het paleis dat Catharina de’ Medici 1564 op zo’n 500 meter ten westen van het Louvre liet bouwen, het Palais des Tuileries. In 1871 werd het paleis tijdens het neerslaan van de Commune in brand gestoken en na drie dagen stonden alleen de muren nog overeind waarna het paleis werd afgebroken. Maar gelukkig zijn de tuinen er nog wel en die zijn best groot. In het eerste deel, bij het Louvre, staan de Arc du Triomph du Carrousel, gebouwd in opdracht van Napoleon Bonaparte na zijn overwinning in Ulm, en allemaal beelden, in het midden is een grote vijver en daarna meer bomen dus meer schaduw en nog een grotere vijver. In een van de twee vijvers kon je vroeger kleine zeilbootjes laten varen, net zoals in Jardin du Luxembourg, maar ik weet niet meer welke vijver dat was en ik weet niet of het nog steeds kan. Je kan in elk geval bij de vijvers en eigenlijk overal in het park op stoeltjes zitten.





Aan het eind van Jardin des Tuileries, voor Place da la Concorde staan twee gebouwen. Rechts staat Jeu de Paume en links staat Musée de L’Orangerie. Jeu de Paume kende ik niet. Ik wist tot ik het boek van Hemingway las ook niet dat hier een museum in zat. Het museum lijkt ook niet meer hetzelfde te zijn als toen. Het is nu een fotografiemuseum en er worden films vertoond. Ik kon op de site niets vinden over een vaste collectie maar er staat op de site wel iets over de geschiedenis van het gebouw. Het blijkt gebouwd te zijn in 1862 om een symmetrisch geheel te vormen met de Orangerie die negen jaar eerder werd gebouwd. Ook was het niet bedoeld als museum maar als sporthal om paume (voorloper van tennis) te spelen en tijdens de Olympische spelen van 1900 vonden hier schermwedstrijden plaats. In 1921 kwam hier inderdaad het museum van levende schilders, zoals in het boek van Hemingway staat en verhuisde de collectie van het Musée du Luxembourg hier naartoe.
Aan de andere kant zit dus Musée de L’Orangerie. Het museum bevindt zich in de voormalige orangerie van de Jardin des Tuileries. Aan de kant van de Seine, de zuidkant, zitten ramen zodat er genoeg licht naar binnen viel voor de sinaasappelbomen die er ’s winters stonden. In 1921 nadat Jeu de Paume het museum van levende schilders werd stelde Georges Clemenceau, voorzitter van de Raad van Schone kunsten voor om een zaal te creëren waar de reeks grote schilderijen van waterlelies waar Claude Monet op dat moment aan werkte konden hangen. Ik weet nog goed dat mijn moeder me meenam naar dit museum. Ik zal toen 17 zijn geweest en ik had toen nog niet zo veel met impressionisten en post-impressionisten en ik vind nog steeds niet alles mooi, maar ik was wel heel erg onder de indruk van de enorme doeken met waterlelies. Met Google Street view kon ik vandaag door het museum lopen en weer van de waterlelies genieten.

Eten
Behalve de wentelteefjes geen Frans eten vandaag (ik ga een hamburger bakken) en ik moet eigenlijk bedenken wat ik de komende dagen kan gaan eten, want ik ben hier nog wel even.
Vandaag gebruikt
Palais-Royal https://fr.wikipedia.org/wiki/Palais-Royal, https://en.wikipedia.org/wiki/Palais-Royal, https://www.domaine-palais-royal.fr/
Comédie Francaise https://en.wikipedia.org/wiki/Com%C3%A9die-Fran%C3%A7aise
Eglise Saint-Roch https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Roch_de_Paris
Louvre https://collections.louvre.fr/en/, https://www.louvre.fr/, https://nl.wikipedia.org/wiki/Louvre, https://fr.wikipedia.org/wiki/Ch%C3%A2teau_du_Louvre
Musée des Arts Décoratifs https://madparis.fr/Collections-1307
Jardin des Tuileries https://nl.wikipedia.org/wiki/Tuilerie%C3%ABn, https://en.wikipedia.org/wiki/Arc_de_Triomphe_du_Carrousel
Jeu de Paume https://jeudepaume.org/en/
Musée de L’Orangerie https://fr.wikipedia.org/wiki/Mus%C3%A9e_de_l%27Orangerie
Wandelingen
Google Street view
Gidsen
Capitoolgids Parijs
Aan het lezen
Ik heb Hemingway bijna uit