Virtuele stedentrip: Parijs dag 10, Coulée verte, Faubourg Saint- Antoine en Père Lachaise

Weer op plaats van bestemming: zonnig en erg warm, 35 graden
Weer thuis: bewolkt, 22 graden

Ik ben weer terug in Parijs! Het duurde even want door de hittegolf wilde mijn hoofd niet zo en door de buikgriep die ik daarna opliep wilde mijn lijf niet zo, maar nu gaat het weer goed dus kon ik weer op pad. Ik koos voor vandaag een niet zo bekend stuk van de stad en voor een deel kende ik het zelfs niet. Ik ging naar een hoog park, leuke straatjes, een fantastische markt, twee dorpen in de stad en de meest fantastische begraafplaats waar ik geweest ben.

Ik begon vandaag in Rue Crémieux, schattig straatje van 144 meter met gekleurde huisjes. Ik ben nooit echt in dit straatje geweest en waarom zou ik ook. Op internet wordt je doodgegooid met foto’s en verder is er niets te doen. Het ligt ook niet echt in de buurt van andere leuke plekken dus je loopt er ook niet zomaar langs. Het verhaal over het ontstaan van het straatje vind ik wel interessant: het werd in 1857 aangelegd om huisvesting te bieden aan arbeiders. Van 1865 tot 1898 stond de straat bekend als de Rue Millaud, waarna ze werd hernoemd naar Adolphe Crémieux, een Frans-Joodse jurist en politicus uit de 19e eeuw die ervoor zorgde dat Algerijnse joden onder Frans bestuur Frans staatsburger werden. De huisjes zijn echt heel klein en omdat Fransen nogal bijgelovig zijn bestaat nummer 13 niet, dat is 11-bis.
Sinds 2019 is het straatje ’s avonds en in het weekend regelmatig afgesloten omdat de bewoners gek werden van de hordes toeristen die er een foto of selfie kwamen nemen. Beetje zoals in de tulpenvelden alleen dan voor je deur dus totaal begrijpelijk.

Foto van Dany B. via pexels

Daarna ging ik naar een bijzonder park. De Coulée verte of Promenade plantée is aangelegd in 1993 op het traject van de spoorlijn Ligne de Vincennes tussen Place de la Bastille en de Periferique. Het pad begint niet op Place de la Bastille maar verderop bij Avenue Daumesnil en is 4,5 kilometer lang. Ik heb een deel van de route in 2007 gelopen en vond het vooral leuk dat je ongeveer 10 meter boven straatniveau loopt. In de bogen onder het viaduct aan het begin van het tracée zitten winkels, galerieën en ateliers. Halverwege is het traject wel op straatniveau en minder groen en dat stuk heb ik niet meer gelopen. Soms loop je onder kruisende straten door. Bijna het hele traject is te volgen op Google street view.

Ten zuiden van la Coulée verte, aan de Seine, ligt Bercy, een best groot park dat in de jaren 90 van de vorige eeuw is aangelegd en een groot sportcomplex waar ik naar een concert van INXS ben geweest. Dit gebied was al in 4000 v Chr. bewoond en in de 18e eeuw stonden hier pakhuizen waar voornamelijk wijn werd opgeslagen. Ik ging hier niet naartoe, want behalve een park is er niet veel, maar het park is wel mooi dus als je op een hete dag een plek zoekt om te hangen is dit een aanrader.
Ik ging naar het noorden naar Faubourg Saint- Antoine. Dit vind ik een leuke volkswijk en het is er niet erg toeristisch, of dat was het niet toen ik er was, maar misschien is dat nu wel veranderd. Deze wijk lag lang net buiten de muren van Parijs (faubourg betekent voorstad) vlakbij de Abdij van Saint-Antoine-des-Champs. De abdij is er niet meer, in 1796 werd de kerk afgebroken en in het klooster kwam een ziekenhuis. Het ziekenhuis bestaat nog steeds, maar het klooster is afgebroken.
Ondanks dat het buiten de stad lag vestigden zich veel ambachtslieden in deze buurt. Dit werd gestimuleerd door de belastingvrijstelling die koning Louis XI in 1471 verleende. De wijk stond bekend om zijn houtbewerkers, meubelmakers, textielproducenten en schoenmakers. Dit merk je nog steeds, er zitten vooral veel meubelmakers in de wijk. Omdat het altijd al een volkswijk was was er veel verzet tegen het rijke Parijs en dat leidde tot opstanden en protesten. De wijk was een van de centra tijdens de mei-opstanden van 1750, de julirevolutie van 1830 en de junioproer van 1848.
In de wijk is een fantastische multiculturele markt: Marché d’Aligre. De markt is een van de oudste en grootste markten van Parijs en vindt iedere dag, behalve maandag, plaats op Place d’Aligre en in Rue d’Aligre. Er is ook een overdekt deel, Le marché couvert Beauvau, waar je vooral vis, vlees en kaas kan kopen. Ik was er helaas ’s middags waardoor de meeste verkopers, vooral die met levensmiddelen, al weg waren. Als je hier ’s ochtends komt is een fantastische plek om dingen in te slaan voor een picknick. Ik weet dat ik dit bij iedere markt zag, maar het is ook gewoon zo :-).


De belangrijkste straat van de wijk is Rue Faubourg Saint-Antoine. Dit is de verkeersader van de wijk van en naar het centrum van de stad en een van de drukste winkelstraten van Parijs met winkels van zo’n beetje alle grote ketens (ik ging daar meestal naar de Gap), maar aan de straat liggen ook allemaal kleine steegjes (passages en cours). Sommige zijn afgesloten maar niet allemaal en daar zitten soms leuke winkels en ateliers. Ze zijn erg de moeite waard om even in te lopen.

Aan het eind van Rue Faubourg Saint-Amtoine ligt Place de la Nation. Op deze plek werd in 1660 een tijdelijke triomfboog gebouwd voor  Louis XIV en Maria-Theresia van Spanje, die na hun bruiloft in Saint-Jean-de-Luz in de Pyreneeën terugkeerden naar Parijs. Er werd ook een troon opgesteld en daar dankte het plein zijn oorspronkelijke naam  Place du Trône aan. In 1670 werd gestart met de bouw van een permanente triomfboog maar die werd, waarschijnlijk door geldgebrek, nooit voltooid. In de zomer van 1794 stond er een guillotine op het plein. Rond 1860 wilde Napoleon III op dit plein zijn eigen Arc de Triomphe neerzetten, maar die kwam er niet. Er heeft wel een tijd een gipsen model gestaan.
In 1880 kreeg het plein zijn huidige naam. In 1889 werd het monument Triomphe de la République onthuld ter gelegenheid van het eeuwfeest van de Franse Revolutie en de Wereldtentoonstelling van 1889. Eerst stond er een gipsen versie met een laagje brons en pas tien jaar later was de definitieve bronzen versie klaar. Vanaf 1909 stond het beeld in een vijver die versierd was met water spuwende, bronzen krokodillen. De krokodillen zijn er niet meer, die werden in 1942 op bevel van de Duitse bezetter omgesmolten.

Dorpjes in de stad
Tot 1860 was Quartier de Charonne een apart dorp, Charonne. Rue de Vignoles, impasses met kleine huisjes. Ik denk wel dat het er op de foto leuker uitziet dan het in het echt is, maar ik vond het leuk. Steegjes met kasseien en arbeidershuisjes van maar 2 of 3 meter breed aangelegd rond 1870 met veel groen.
Het centrum van het dorp Charonne was rond Église Saint-Germain de Charonne. Er zijn nog delen van de kerk uit de 12e eeuw, maar het grootste deel is uit de 15e en 18e eeuw. Het is geen grote kerk, het is tenslotte een dorpskerkje, maar ik vond hem wel schattig. Het buurtje rond de kerk doet een beetje als een klein provinciestadje aan. Ik vergat echt even dat ik in Parijs was.
Ik was nu vlakbij de wereldberoemde begraafplaats Père Lachaise, maar voordat ik daar naartoe ging ging ik naar La Campagne à Paris, vlakbij Porte de Bagnolet. Dit buurtje werd opgericht in 1907 en was bedoeld om mensen met een bescheiden inkomen toegang te geven tot vrijstaande huizen. Het is ook net of je in een dorpje op het platteland loopt. Het duurde nog tot 1911 voordat de eerste huizen stonden en 1926 werd het dorp geopend. Ooit bedoeld voor de minderbedeelden is het nu vooral een welvarende buurt. Ik kende het buurtje niet maar vond het interessant om er over te lezen en het te zien. Ik denk dat er weinig toeristen naartoe gaan omdat het niet bekend is en heel ver buiten het centrum ligt en dat vind ik ook goed want het is gewoon een woonwijk.

Père Lachaise is een fantastische en immense begraafplaats. Er zijn 69.000 graven verdeeld over 177 divisies. Het is dan ook de grootste begraafplaats van Parijs.
Je kan hier (in principe) begraven worden als je in Parijs woont en er sterft of je kan worden bijgezet in een bestaand graf. Er is ook een crematorium op het terrein en dit was het eerste crematorium van Frankrijk.

Melik Dngsk via pexels

Op de plek van de begraafplaats was in 1430 een landgoed met een groot buitenhuis. In de 17e eeuw kochten jezuïeten het landhuis en maakten er een rusthuis van. Een van de beroemdste bewoners was pater François d’Aix de La Chaise, de invloedrijke biechtvader van koning Louis XIV en aan hem dankt de begraafplaats zijn naam.
Nu willen mensen er graag begraven worden maar toen hij in 1817 aangelegd werd was dat niet zo. De begraafplaats lag buiten de stadsmuren bij een volkswijk en daarom wilden voorname Parijzenaars er niet begraven worden. Dit veranderde toen een aantal beroemde Fransen er herbegraven werd, waaronder Molière, Pierre Abelard en zijn geliefde Héloise (middeleeuws theoloog en filosoof die een relatie had met een van zijn leerlingen en bij haar een kind verwekte, ze konden niet trouwen dus zij ging naar een klooster, ze schreven elkaar wel brieven en liggen hier dus weer samen), Jean de La Fontaine, van de fabels. Het is zeer onwaarschijnlijk dat het de botten van deze mensen die in de graven liggen aangezien ze ergens in de catacomben van Parijs lagen en niet in echte graven.
In mei 1871, tegen het einde van de strijd tegen de Commune van Parijs vonden er op Père-Lachaise zware gevechten plaats. De aanhangers van de Commune (het volk) werden er belegerd door de troepen van Versailles (de regering) en vochten er achter de grafstenen tot het bittere einde. De 147 communards die zich uiteindelijk overgaven werden ter
plekke gefusilleerd voor een muur die sindsdien bekendstaat als de mur des Fédérés.
In 1817 bedroeg het oppervlak van de begraafplaats 18 hectare. Hij werd vijf keer vergroot en in 1850 was hij 43,93 hectare en dat is ook de huidige grootte. De begraafplaats is nu vol dus er kunnen alleen mensen bijgezet worden in bestaande graven of begraven worden als een graf geruimd wordt omdat grafconcessie vervalt. Een concessie is te koop voor tien, dertig, vijftig jaar of voor de eeuwigdurend en vanwege dat laatste zijn er vervallen graven. Veel graven van beroemdheden worden onderhouden door bewonderaars.
Toen ik er was ben ik gewoon rond gaan dwalen over de begraafplaats. Ik had wel eerst opgezocht waar het graf van Marcel Proust was want dat wilde ik echt zien. Je kan ook een vooraf een rondleiding met een gids boeken en ik geloof dat er ook een audiotour is.

Foto’s van Rabasse, DenisDoukhan, lmoe en rph-germany via Pixabay

Enkele namen die mij nu opvielen: Karel Appel (schilder), Honoré de Balzac (schrijver), Alain Bashung (zanger), Sarah Bernhardt (actrice), Jean de Brunhoff (schrijver van Babar, ik houd van Babar), Gilbert Bécaud (zanger), Jean Paul Belmondo (acteur), Pierre Bourdieu (socioloog, ik heb sociologie gestudeerd), gedenkplaat van Maria Callas (operazangeres, ze werd gecremeerd), Chopin (componist), Colette (schrijfster), het hart van Jaques-Louis David (schilder), Eugène Delacroix (schilder), Michel Delpech (zanger), Max Ernst (schilder), Laurent Fignon (wielrenner), Annie Girardot (actrice), Francoise Hardy (zangeres), Baron Haussmann (stadsvernieuwer), Ticky Holgado (acteur), Philippe Honoré (oprichter Charlie Hebdo), Marcel Marceau (mimespeler), Modigliani (schilder), Yves Montand (acteur en zanger) en Simone Signoret (actrice), Jim Morrison (zanger en lid van de beruchte 27 club), Victor Noir (journalist), Edith Piaf (zangeres), Pissarro (schilder), Marcel Proust (schrijver en mijn held), Seurat (schilder), Gertrude Stein (schrijfster), Marie Trintignant (actrice), Gaspard Ulliel (acteur), Richard Wallace (kunstverzamelaar, Wallace Collection in Londen en stichter van de fontaines de Wallace), Oscar Wilde (schrijver).
Mensen doen rare dingen op Père Lachaise. Voordat er glas rond het graf van Oscar Wilde geplaatst werd gaven vrouwen het een zoen met vers aangebrachte rode lippenstift, vrouwen wrijven over het kruis van het beeld op het graf van Victor Noir want dat zou vruchtbaarheid stimuleren, het graf van Jim Morrison was bezaaid met waterpijpen, joints en condooms voordat het afgeschermd werd met hekken en op het graf van Marcel Proust worden madeleines achtergelaten en er zitten veel kraaien rond het graf om de kleine cakejes op te eten.

Père Lachaise is niet alleen een begraafplaats maar ook een park (je mag er alleen niet picknicken) waar meer dan 5000 bomen staan en een heleboel dieren leven. Net noemde ik al de kraaien, maar er zijn veel meer vogels zoals mezen, merels spechten, mussen en gaaien. Er zitten zelfs bosuien en sperwers. Er zijn inscten zoals vlinders en bijen, hagedissen, allerlei verschillnde soorten muizen, egels, vleermuizen, eekhoorns, wezels, en er leven verwilderde katten (minder dan vroeger ivm natuurbehoud). Tijdens de eerste coronalockdown in 2020 zijn er vossen uit het Bois de Vincennes naar de begraafplaats gekomen en die lijken het er erg naar hun zin te hebben want sindsdien zijn er ieder jaar jongen geboren. De conservator van Père Lachaise heeft een instagramaccount waar hij photo’s van de begraafplaats en de dieren deelt. Ik volgde hem toen ik nog op Instagram zat.

Eten
Omdat ik op Père Lachaise naar het graf van Marcel Proust ging kreeg ik zin in madeleines. Binnenkort ga ik ze wel weer zelf bakken, maar nu ging ik naar de Marokkaanse buurtsuper en haalde een grote zak. Bij de buurtsuper sloeg ik ook citroenen in en haalde ik een nieuwe fles pepermuntsiroop want sinds de hittegolf heb ik twee nieuwe verslavingen: menthe à l’eau en citron pressé. Dit wordt in Frankrijk veel gedronken als het heel warm is en ik vin het allebei erg lekker!
Vanavond eet ik niets Frans, ik ga pasta maken met een saus van gorgonzola en radicchio, maar gisteren at ik escalope panée, friet en kropsla met tomaat en vinaigrette. Escalope panée is gewoon schnitzel en daar is weinig Frans aan, maar voor mij is het dat wel. Ik haalde soms een sandwich met schnitzel als lunch bij Mario, de foodtruck die bij ons op het schoolplein stond en waar leerlingen van de drie hoogste klassen hun lunch mochten halen. De rest van de leerlingen at in de kantine.

Vandaag gebruikt
Rue Crémieux https://en.wikipedia.org/wiki/Rue_Cr%C3%A9mieux
Coulée verte https://fr.wikipedia.org/wiki/Coul%C3%A9e_verte_Ren%C3%A9-Dumont
Faubourg Saint- Antoine https://fr.wikipedia.org/wiki/Faubourg_Saint-Antoine
Mei-oproer van 1750 https://fr.wikipedia.org/wiki/Route_de_la_R%C3%A9volte#%C3%89v%C3%A9nement_historique_%C3%A0_l’origine_du_nom
Julirevolutie 1830 https://nl.wikipedia.org/wiki/Julirevolutie
Juni-oproer 1848 https://nl.wikipedia.org/wiki/Junioproer_(Frankrijk)
Place d’Aligre https://fr.wikipedia.org/wiki/March%C3%A9_d%27Aligre
Place de la Nation https://nl.wikipedia.org/wiki/Place_de_la_Nation
Quartier de Charonne https://fr.wikipedia.org/wiki/Quartier_de_Charonne
Église Saint-Germain de Charonne https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Germain_de_Charonne
La Campagne à Paris https://fr.wikipedia.org/wiki/Campagne_%C3%A0_Paris
Père Lachaise https://fr.wikipedia.org/wiki/Cimeti%C3%A8re_du_P%C3%A8re-Lachaise, https://pere-lachaise.com/
Vossen https://youtu.be/mK4p44aQzLc https://www.30millionsdamis.fr/actualites/article/23948-des-renards-bien-vivants-au-cimetiere-du-pere-lachaise/

Wandelingen
Google maps
Père Lachaise https://youtu.be/3VoTI1BWKU4?si=DR9KnVet1Q8p6PoR

Gidsen
Capitoolgids Parijs
Ongewoon Parijs

Aan het lezen
Ik merkte dat hoe meer ik over de geschiedenis van Parijs las, hoe meer eigenlijk onbekend voor me was, zoals de Commune van Parijs. Ik kende het begrip communards wel, maar dat was door een Britse band uit de jaren 80, niet vanwege een Revolutie in Parijs. Dus besloot ik eindelijk Paris, The Secret History van Andrew Hussey te lezen (wel in het Nederlands). Ik ben net begonnen dus zit nog in de Romeinse tijd maar ik vind het fijn geschreven dus het bevalt goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.