Virtuele stedentrip: Parijs dag 11 , Grands Boulevards en Opéra

Weer op plaats van bestemming: zonnig en heet, 35 graden
Weer thuis: zonnig en warm, 25 graden

Ik ging vandaag naar het 9e arrondissement, een relatief nieuwe buurt. Relatief, want hij werd bijna 200 jaar geleden aangelegd. Ik ging naar een aantal kerken, musea, concertzalen en een bioscoop en ik ging etalages likken, dat klinkt heel goor maar zo heet etalages kijken in het Frans: faire du lèche-vitrine. Zonder dat ik het met opzet deed ging ik vooral naar plekken die koel zijn en dus aanraders tijdens een hittegolf en ik deed even net alsof het kerst was.

kinderen verdringen zich voor een etalage van een van de grote warenhuizen met kerst

Ik begon vandaag bij Église de la Madeleine of in de volksmond La Madeleine die gewijd is aan Maria Magdalena. De kerk werd gebouwd in Neoclassicistische stijl en is een soort Griekse tempel midden in Parijs wat ik altijd grappig vind. Net als het middeleeuwse kasteel dat ze in de Amerikaanse stad Boston hebben gebouwd. De kerk werd gebouwd aan het begin van de 19e eeuw, maar in 1764 werd al op deze plek begonnen aan een katholieke kerk. De bouw lag een paar keer stil door wisselingen van architecten en geldgebrek en toen hij tijdens de Franse revolutie niet af was werd de kerk verkocht. In 1806 werd de bouw door Napoleon Bonaparte hervat maar het ontwerp werd aangepast want Napoleon wilde er een tempel bouwen ter ere van zijn soldaten. Hij schreef een wedstrijd uit en het ontwerp dat gebouwd werd is een kopie van de Tempel van Zeus in Athene, alleen de zuilen van de Madeleine zijn iets hoger dan die van het origineel. In 1812 zag Napoleon af van het idee van de tempel der glorie af na zijn veldtocht in Rusland en moest het weer een kerk worden. In 1842 was de kerk klaar maar toen had het gebouw geen bestemming meer. In 1837 was het zelfs bijna een treinstation geworden. In 1845 werd het alsnog een kerk en dat is het nu nog steeds.
Van buiten lijkt de kerk dan wel op een Griekse tempel maar van binnen is het een prachtige katholieke kerk met alles wat daarbij hoort. Op de halve koepel boven het koor staat een fresco met de geschiedenis van het christendom en een mozaïek met de geschiedenis van het christendom in Frankrijk. Heel mooi! Dit is zo’n kerk waar ik het liefst op de grond zou gaan liggen omdat hij zo hoog is en er veel op de plafonds en in de koepels gebeurd en ik anders een hele stijve nek zou krijgen. Ik zag foto’s uit 2023 van de installatie Larmes de joie van Benoît Dutour waarbij in een van de koepels allemaal gekleurde glazen druppels hingen en dat had iets magisch.
De bronze deuren van de kerk zijn geïnspireerd op die van het Baptisterium in Florence. maar vergeet dat maar meteen weer want de deuren zijn mooi, maar vergeleken met die in Florence vallen ze behoorlijk tegen.

CARLOSCRUZ ARTEGRAFIA via pexels

Om de hoek zit L’Olympia. Dit is de oudste concertzaal van Parijs en er kunnen net geen 2000 mensen in. In 1888 werd de zaal gesticht door Josep Oller, ook de man achter Le Moulin Rouge. Het is een hele mooie concertzaal met rode fluwelen stoelen. Zo’n beetje alle Franse grootheden hebben hier opgetreden, het is de plek waar Edith Piaf echt doorbrak en Jacques Brel sloot hier in 1966 zijn carrière af met een reeks concerten, maar ook Ella Fitzgerald, Louis Armstrong, The Beatles en Rolling Stones traden hier op. In 2016 gaf de band Eagles of Death Metal hier een vervangend concert voor de overlevenden en nabestaanden van de slachtoffers van de aanslag tijdens hun concert een jaar eerder in de Bataclan. Ik ben er in 1992 naar een concert van de Franse rockgroep Indochine (buiten Frankrijk kent niemand ze, maar in Frankrijk was de band wereldberoemd) en toen stonden de stoelen er gewoon en de meeste mensen bleven lekker zitten.

Even tussendoor: Het Parijs van Haussmann
Heb je je ooit gerealiseerd dat bijna alle huizen en bijna alle straten in Parijs erg op elkaar lijken en heb je je ooit afgevraagd hoe dat komt? Het is allemaal te danken aan twee mannen: Napoleon III en Baron Haussmann. In 1853 stelde Napoleon III Gerge-Eugène Haussmann aan om een uitgebreide stadsvernieuwing uit te voeren. Voordat Haussmann met de stadsvernieuwing begon was Parijs nog een middeleeuwse stad waar het stonk, ziektes rondgingen en geen riolering en waterleidingen waren. Oude verkrotte wijken werden steen voor steen afgebroken en er werden gebouwen gebouwd met ruime, lichte woningen aan brede lanen (het lijkt wel of hij al wist dat de auto zou worden uitgevonden en dat Parijs een van de drukste steden ter wereld zou worden) en hiermee werd ook goede riolering aangelegd en kregen alle woningen een aansluiting op de waterleidingen.
Haussmann vond ook dat er voor iedere Parijzenaar een boom moest zijn en omdat dat niet allemaal in de stad kon werden er aan de rand van de stad grote parken aangelegd: Bois de Boulogne in het westen, Bois de Vincennes in het oosten, Parc des Buttes Chaumont in het noorden en Parc Montsouris in het zuiden van de stad.
De onderstaande foto is niet uit de buurt waar ik vandaag was (Rive gauche) maar het is wel een goed voorbeeld van de bouwstijl onder Haussmann. Centraal plein, uniformiteit van de gebouwen en zinken daken. Begane grond winkels, eerste verdieping woning van winkeliers en/ of opslagruimte, tweede verdieping grote appartementen voor de rijke bevolking met een lang doorlopend balkon, etages daarboven kleinere appartementen met losse balkons, bovenste verdieping weer een doorlopend balkon en onder het dak de chambres de bonne die met een onzichtbare trap in verbinding stonden met de appartementen op de tweede verdieping. Haussmann bedacht de typisch Parijse huizenblokken niet maar hij zorgde er wel voor dar ze zo talrijk gebouwd werden en zorgde voor uniformiteit van de gebouwen per buurt en straat.
Haussmann heeft heel Parijs vernieuwd, maar ik noem hem nu omdat hij in deze buurt meer aanlegde dan huizenblokken, pleinen en parken. Hij liet hier het operagebouw en twee kerken bouwen en er werd een boulevard naar hem vernoemd. Ik vind Hausssmann een heel interessante man en hij heeft heel veel voor Parijs betekent. Zonder hem (en Napoleon III) was Parijs misschien nog steeds een benauwde vieze stad geweest of alles was veel later tegen de vlakte gegaan en opgebouwd door iemand die minder visionair was. De afgelopen dagen heb ik veel over hem gelezen en veel filmpjes over hem bekeken en ik zou hier dus een heel epistel over hem kunnen schrijven, maar dat bespaar ik jullie. Als je meer over hem en de stadsvernieuwing wil weten staat onderaan deze blogpost de link naar de Engelse wikipediapagina over hem en de link naar een heel interessant filmpje op YouTube over de stadsvernieuwing. En hij komt zo nog een paar keer langs. Hij ligt op Père Lachaise begraven.

Een belangrijk gebouw waarvoor Haussmann zorgde dat het gebouwd werd is Opéra Garnier. Het werd door architect Charles Garnier in de laatste fase van de stadsvernieuwing tussen 1861 en 1875 gebouwd. Een andere naam voor het operagebouw is Palais Garnier en het is ook net een paleis, zowel van buiten als van binnen. De stijl waarin het gebouwd werd is Napoleon III of Second Empire en dat is een eclectische mix van barok, renaissance, neogotiek, Louis XV en Louis XVI. Best knap dat het toch soort van een samenhangend geheel is geworden. Ik vind het persoonlijk allemaal een beetje te veel. De façade is rijk versierd met beelden, bustes van componisten en tierlantijntjes en de binnenkant is nog uitbundiger. De trappen zijn enorm, de plafonds in de grote foyer zijn beschilderd met muses en goden, in de grote foyer is verder veel goud en er hangen overal grote kroonluchters. In de zaal hangt ook een enorme kroonluchter en de zaal is ook weer rijkversierd. Het meest opvallend vond ik het plafond van de zaal. Daar hangt een frame dat beschilderd is door Chagall in 1964. Boven (of onder) dit frame zit nog het originele plafond met beschildering van Jules-Eugène Lenepveu.
Nu worden er nog weinig opera’s opgevoerd, die vinden vooral plaats in de Opéra Bastille (dat immens lelijke gebouw aan Place de la Bastille), maar je kan er wel naar een balletvoorstelling.

Tegenover de Opéra bevindt zich Café de la Paix, een mooi café uit 1862. Napoleon III wilde dat er tegenover de opera een prestigieus hotel gebouwd zou worden en liet een wedstrijd uitschrijven. Het Grand Hôtel de la Paix werd ontworpen door Alfred Armand en Café de la Paix zit op de begane grond van het hotel. Het hotel heeft inmiddels een andere naam maar het café heet nog steeds hetzelfde. De inrichting van het café is uitbundig met kroonluchters, lijstwerk, spiegels en beschilderde plafonds. Het is behoorlijk toeristisch en de obers zijn echt Frans en chagrijnig, maar ik vond het altijd fijn om hier warme chocolademelk te gaan drinken als ik rond kerst was gaan winkelen in de buurt. Er is trouwens een heel simpel trucje waardoor obers en winkeliers minder onbeleefd zijn: bij binnenkomst of als een ober aan je tafeltje komt beleefd “bonjour” zeggen. Fatsoen is een schone zaak, ook elders trouwens.

Galeries Lafayette, foto van Zak H via pexels

Op Boulevard Haussmann zijn twee grote, hele luxe en hele dure warenhuizen gevestigd: Galeries Lafayette en Printemps. Printemps is een ouder dan Galeries Lafayette en het gebouw is veel ouder. Printemps opende in 1865. Het gebouw was ontworpen door Jules en Paul Sédille. Al 1874 werd het pand verbouwd en kwamen er liften in die 7 jaar eerder voor het eerst te zien waren op de Wereldtentoonstelling. In 1888 was het de eerste winkel met elektrische verlichting. Printemps was op meer vlakken baanbrekend: de artikelen kregen prijskaartjes met een vaste prijs, afdingen was niet toegestaan en het was het eerste warenhuis dat verouderde voorraden in uitverkoop verkocht.
Galeries Lafayette is een ander verhaal. In 1893 namen kooplieden Théophile Bader en zijn neef Alphonse Kahn een noviteitenwinkel die ze hadden over. De winkel op de hoek van de Rue La Fayette en de Rue de la Chaussée d’Antin had een oppervlakte van 70 m² en kreeg de naam “Les Galeries”. De winkel werd geleidelijk uitgebreid met de aankoop van het hele gebouw en werd omgedoopt tot Galeries Lafayette. In 1912 werd een nieuw pand van 5 verdiepingen en een oppervlakte van 3.000 m² gebouwd. Het pand kreeg een immense Art Nouveau- koepel van glas-in-lood. In 1914 had het warenhuis meer dan 1000 medewerkers. Nu vier gebouwen, elk met een eigen thema.
De warenhuizen zijn heel groot en heel duur, maar ik vond het altijd heerlijk om er rond te lopen, van het interieur te genieten en iets simpels als een espressokopje of een paar hele mooie sokken te kopen. Bij Galeries Lafayette ging ik ook altijd naar de kelder waar een hele grote supermarkt zit en bij Printemps ging ik naar het dak om te genieten van een van de mooiste uitzichten over de stad. Rond kerst kun je de Parijse warenhuizen niet overslaan want de etalages zijn prachtig.

Verderop, naar het oosten, zitten aan Boulevard Montmartre twee overdekte winkelpassages: Passage des Panoramas uit 1799 en Passage Jouffroy uit 1845. Er zijn veel meer overdekte winkelpassages in Parijs en dit zijn zeker niet de mooiste (dat is Galerie Vivienne) maar deze ken ik het best omdat ik een aantal keer in een hotel in de buurt heb gezeten. De passages gaven mij altijd het gevoel dat ik een reis had gemaakt terug in de tijd. De cafés die er zitten doen heel klassiek aan en er zitten winkels waar je oude prenten en oude boeken kan kopen. Mocht je postzegels verzamelen dan moet je echt naar Passage des Panoramas gaan.

Foto van Céline | via pexels

Omdat ik nu toch in de buurt was liep ik door Cité Bergère, een mooi steegje uit 1825 met vooral hotels en ging ik naar Musée Grévin, het wassenbeelden museum uit 1882. De wassenbeelden doen mij niets. Ik ben een keer naar Madame Tussauds in Londen geweest en dat was meteen de laatste keer. Ik vind wassenbeelden altijd een beetje eng. Dit gebouw vond ik wel mooi, vooral de compleet “over the top” spiegelzaal die gebouwd werd voor het Palais des mirages op de wereldtentoonstelling van 1900 vond ik indrukwekkend.
Aan boulevard Poissonnière sit Le Grand Rex. Dit is een erg indrukwekkende bioscoop uit 1932 die gebouwd is in Art-deco-stijl en het heeft de grootste bioscoopzaal van Europa waar 2700 bezoekers in kunnen!
Inmiddels was ik niet meer in het 9e arrondissement maar ik ging hier langs omdat ik naar de twee 17e eeuwse triomfbogen Porte Saint-Denis en Porte Saint-Martin wilde. Ik dacht altijd dat het toegangspoorten waren in de oude stadsmuur maar toen ik er beter naar keek en me er iets meer in ging verdiepen bleken het dus triomfbogen te zijn, maar ze staan wel op de plek waar de stadsmuur stond en de namen zijn ook wat misleidend. De bogen zijn gebouwd in 1673 (Saint-Denis) en 1674 (Saint-Martin) in opdracht van Louis XIV. Ondanks dat het behoorlijk grote bogen zijn zou je er zomaar langs kunnen lopen, maar ik vind het wel de moeite waard om even stil te staan om ze beter te bekijken want ze zijn best indrukwekkend.

Terug naar het negende, naar twee musea waar ik nog nooit geweest was. Musée de la vie romantique kende ik wel van naam maar ik wist niet dat het een kunstmuseum was. Ik dacht altijd dat het een museum over romantiek was en dat komt ook omdat het vlakbij Pigalle, de rosse buurt, is, maar het is een museum over De Romantiek, een kunststroming (schilderkunst, literatuur en muziek) uit het eind van de 19e en begin 20e eeuw. Het is niet mijn favoriete kunststroming, maar ik ging vandaag toch naar het museum, ook omdat het gevestigd is in het huis waar de Nederlandse schilder Ary Scheffer woonde. Het museum is nu wel gedeeltelijk dicht vanwege de hittegolf die in Parijs maar aanhoudt. Leuk weetje: het museum is gratis, alleen voor de tijdelijke tentoonstellingen moet je betalen. Ik vond het huis en de tuin interessanter dan de collectie. Het huis staat in de wijk Nouvelle Athène die aan het begin van de 19e eeuw werd aangelegd in een gebied waar daarvoor boomgaarden en tuinen waren. De naam komt door de Griekse heropleving in de eerste helft van de 19e eeuwontketent door de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog in 1821. Franse architecten, gevoelig voor het neoclassicisme bouwden tussen 1820 en 1860 herenhuizen en appartementencomplexen versierd met verwijzingen naar de Griekse oudheid. Veel schilders, schrijvers en componisten vestigden zich in de nieuwe wijk.
In 1830 huurde Ary Scheffer het huis en ging er met zijn gezin wonen. Hij woonde er tot zijn dood in 1858. Het huis werd gebouwd in Noord-Italiaanse stijl. Scheffer liet zelf twee gebouwtjes aan de binnenplaats van het huis bouwen: een atelier en een kleiner gebouw dat dienst deed als salon en waar Scheffer tussen 1831 en 1858 elke vrijdag bijeenkomsten organiseerde waar kunstenaars, schrijvers, musici en denkers samenkwamen: oa Eugène Delacroix, Franz Liszt, Frédéric Chopin, Pauline Viardot, Marie d’Agoult, Rossini, Turgenev, Charles Dickens, maar ook Pierre-Jean de Béranger, Augustin Thierry, Alexis de Tocqueville en Henri Martin. Deze bijeenkomsten maakten het huis tot een belangrijke locatie voor de Parijse romantiek. Na zijn dood kocht de dochter van Scheffer het huis en zij organiseerde in 1859 in het atelier en de salon een tentoonstelling van het werk van haar vader. In 1899 werden de werken aan oa het Louvre en het museum in Dordrecht (waar Scheffer vandaan kwam) geschonken. Pas in 1987 werd het huis het museum dat het nu is en sindsdien toont het werken van Ary Scheffer, George Sand en andere belangrijke figuren uit de Romantiek.

Een ander museum dat ik niet kende is Musée Gustave Moreau en ook hier vond ik het gebouw interessanter dan de collectie. Dit museum staat ook in de wijk Nouvelle Athene, maar het is heel anders dan dat van Ary Scheffer. Dat van Ary Scheffer is simpel met veel grote ramen met kuiken en gietijzeren elementen, terwijl dit gebouw echt neoklassiek is, met tierlantijnen en zuilen. Gustave Moreau’s ouders kochten dit huis in 1852, op naam van hun 26-jarige zoon, en de hele familie Moreau trok erin. Gustave Moreau woonde en werkte tot aan zijn dood in 1898 in het huis. In 1897 besloot Moreau zowel het huis als de kunst na zijn dood aan de staat na te laten onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de volledige collectie in het huis bleef.
Waar ik bij het Musée de la vie romantique vooral de buitenkant van het gebouw heel mooi vond, was ik hier meer onder de indruk van het interieur. De muren zijn zo ongeveer behangen met schilderijen en er staat een hele mooie wenteltrap tussen de eerste en tweede verdieping.

Haussmann liet in het 9e arrondissement twee kerken bouwen Église Saint-Augustin (1860-1871) en Église de la Sainte-Trinité.(1861-1867).
Église Saint-Augustin werd gebouwd door Victor Baltard, dezelfde architect als die van Les Halles, in eclectische stijl. De kerk is vrij smal, bijna 100 meter lang is en de koepel is ongeveer 80 meter hoog, waardoor ik het idee kreeg dat er iets niet helemaal klopte.. Omdat de kerk een ijzeren constructie heeft waren steunberen niet nodig.
Eglise de la Saint-Trinité is gebouwd door architect Théodore Ballu, hoofdarchitect van Parijs voor religieuze gebouwen. De Sainte-Trinité is meer klassiek dan Saint-Augustin en de buitenkant is in de stijl van Franse renaissance en Italiaanse renaissance. Ook deze kerk heeft een ijzeren constructie waardoor het mogelijk was een grote open ruimte te creëren.
De kerk had een bijzondere band met muziek: het was de locatie van de begrafenis van Gioachino Rossini in 1868, de begrafenis van Hector Berlioz in 1869 en de begrafenis van Georges Bizet in 1875.
Van binnen vond ik de Sainte-Trinité mooier omdat hij rijk versierd is en
de Saint-Augustin vond ik aan de buitenkant mooier, ook omdat hij me aan station Antwerpen-centraal deed denken (dit is overigens niet te zien op de foto hieronder).

Ik wilde tijdens deze stedentrip perse naar Musée Jacquemart-André, maar omdat ik verder niet in de buurt was geweest besloot ik vandaag nog maar te gaan. Ik denk dat niet heel veel mensen dit museum kennen en dat vind ik jammer want het is erg mooi en een van mijn favoriete musea in Parijs. Het is gevestigd in een Italiaans aandoend stadspaleis dat kunstverzamelaar Ëdouard André liet bouwen in de jaren 1870.
In 1881 trouwde André met de jonge schilderes Nélie Jacquemart. Samen bouwden ze methodisch hun collectie op. Nélie interesseerde zich vooral in Italiaanse schilderkunst, van de primitieve kunst uit de 14e en 15e eeuw tot de Renaissance en dit was lang de grootste collectie van Italiaanse schilderijen uit de Renaissance in Parijs. Nadat André in 1894 overleed besloot Nélie dat de collectie toegankelijk moest worden en toen ze overleed in 1912 schonk ze het gebouw en de collectie aan het Institut de France, maar de collectie moest wel in het gebouw blijven dat een museum moest worden dat open was voor het publiek. De collectie van dit museum is erg indrukwekkend en naast Italiaanse kunst hangen er ook werken van Frans Hals, Rembrandt, Antoon van Dyck en van Franse schilders die mij dan weer niet zo boeien. Hoogtepunt vond ik het schilderij van Sint Joris die de draak verslaat van Paolo Uccello en de madonna met kind van Sandro Boticelli..
Sommige kamers van het stadspaleis zijn nog gemeubileerd en door deze meubels en de verdere aankleding had ik niet echt het idee in gebouw uit het eind van de 19e eeuw in Parijs rond te lopen. Het doet veel ouder en Italiaanser aan.

Eten
Ik heb nog maar een dag te gaan in Parijs dus ik moet toch maar weer iets Frans verzinnen om op mijn laatste dag in Parijs te eten. Vanavond at ik namelijk weer niets Frans.

Vandaag gebruikt
La Madeleine https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_de_la_Madeleine
Larmes de joie https://www.sortiraparis.com/album-photo/101113-larmes-de-joie-l-installation-monumentale-de-benoit-dutour-dans-l-eglise-de-la-madeleine
L’Olympia https://fr.wikipedia.org/wiki/Olympia_(Paris)
Haussmann https://en.wikipedia.org/wiki/Georges-Eug%C3%A8ne_Haussmann, https://youtu.be/qv-UIlXvNvM?si=Y6IKo2sjmMBQpWBM
Opéra Garnier https://en.wikipedia.org/wiki/Palais_Garnier
Café de la Paix https://en.wikipedia.org/wiki/Caf%C3%A9_de_la_Paix
Galeries Lafayette https://fr.wikipedia.org/wiki/Galeries_Lafayette
Printemps https://en.wikipedia.org/wiki/Printemps
Passages https://en.wikipedia.org/wiki/Covered_passages_of_Paris, https://parissecret.com/passage-jouffroy-paris/, https://parissecret.com/passage-des-panoramas/
Musée Grévin https://en.wikipedia.org/wiki/Mus%C3%A9e_Gr%C3%A9vin
Le Grand Rex https://fr.wikipedia.org/wiki/Le_Grand_Rex
Porte Saint-Denis https://en.wikipedia.org/wiki/Porte_Saint-Denis
Porte Saint-Martin
Musée de la Vie Romantique https://museevieromantique.paris.fr/
Musée Gustave Moreau https://fr.wikipedia.org/wiki/Mus%C3%A9e_Gustave-Moreau
Église Saint-Augustin https://en.wikipedia.org/wiki/Saint-Augustin,_Paris, https://www.youtube.com/watch?v=ea_ap7NLcHo
Église de la Sainte-Trinité https://en.wikipedia.org/wiki/Sainte-Trinit%C3%A9,_Paris
Musée Jacquemart-André https://fr.wikipedia.org/wiki/Mus%C3%A9e_Jacquemart-Andr%C3%A9, https://www.musee-jacquemart-andre.com/fr, https://www.youtube.com/watch?v=XLSTwOrjcFQ

Wandelingen
Google Maps

Gidsen
Capitoolgids Parijs
Ongewoon Parijs

Aan het lezen
The Secret History van Andrew Hussey is nogal een pil en ik lees de laatste tijd niet zo snel dus ik ben nog wel even bezig

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.