Weer op plaats van bestemming: overwegend zon, 30 graden
Weer thuis: heerlijk weer, overwegend bewolkt, 19 graden
Vandaag zou mijn laatste dag in Parijs zijn maar het werd een beetje veel dus heb ik het in twee delen gehakt en is morgen dus mijn laatste dag.
Vandaag neem ik jullie mee naar Montmartre. Ik hield altijd al ontzettend veel van deze wijk. De wijk is heel romantisch, maar heeft ook een behoorlijk rauw randje, letterlijk! Ik vond het altijd heerlijk om er rond te dwalen door de kleine straatjes en over de begraafplaatsen (er zijn er drie), ik ging er met mijn moeder stoffen kopen, ik nam logés mee naar de Sacré-Cœur en Place du Têtre, ik ging er naartoe met klasgenoten om een beetje rond te hangen op de trappen voor de Sacré-Cœur (geen idee waarom), ik ben naar kerkdiensten (heet dat zo?) in de Sacré-Cœur geweest (aanrader!) en ondanks dat het behoorlijk toeristisch is hoef je daar geen last van te hebben. En toen kwam de film Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain en zag ik de wijk niet echt anders, maar wel een beetje. Ik heb het al eerder over deze film gehad maar hij hoort echt bij Montmartre. Mocht je de film niet kennen (is dat mogelijk?) vind ik dat je hem eigenlijk moet zien. Het is een van mijn favoriete films, niet alleen vanwege Montmartre, maar vooral vanwege het verhaal dat een modern sprookje is en omdat Amélie zo heerlijk introvert is. Ik heb even gezocht en hij is te kijken bij Videoland, Pathé thuis en Cinemember. Ik heb uiteraard de dvd in de kast staan en ik kijk hem toch wel ieder jaar een keer. En als je de film gezien hebt en je en je het echte verhaal van Amélie wil weten en even wil lachen, kijk dan dit filmpje gemaakt door regisseur Jean-Pierre Jeunet.

Een stukje geschiedenis: Montmartre is een heuvel in het noorden van Parijs. Het is niet helemaal duidelijk waar de naam van afgeleid is Het kan van Mons Martis (marsberg) komen omdat er een tempel gewijd aan Mars stond, of van le mont du martyr (martelaarsberg) komen, omdat hier in de 3e eeuw het wonder van Dionysius plaatsvond. Of misschien komt het van beide. Er was hier in elk geval een kleine Romeinse nederzetting inclusief badhuis en de tempel stond hier in de Gallo-Romeinse tijd (58 v Chr tot 486). Dionysius, die we nu kennen als Saint-Denis, was de eerste bisschop van Parijs en werd hier door de Romeinen onthoofd. Dionysius vond dit echter geen mooie plek, dus pakte hij zijn hoofd op en liep naar het noorden. Verderop, in de huidige voorstad Saint-Denis, viel hij dood neer, en werd hij begraven. Op die plek in Saint-Denis staat een kathedraal waar Franse koningen begraven liggen.
In Montmartre was een kalksteengroeve was die de economische motor van het dorp was. In de 12e eeuw liet koning Louis VI de kerk Saint-Pierre de Montmartre bouwen (die er nog steeds staat) en de Koninklijke Abdij van Montmartre. Hij liet ook een kapel bouwen op de plek waarvan men dacht dat de onthoofding van Dionysius had plaatsgevonden. Tijdens de Franse Revolutie werd de abdij vernietigd. Op de plek van het klooster kwam een gipsmijn. In 1860 werd Montmartre ingelijfd door Parijs en ging Haussmann hier aan het werk met zijn stadsvernieuwing. Er zijn echter nog wel straatjes op de top van de heuvel die hier aan ontsnapten. Het was een dorp en dat is het eigenlijk nog steeds alleen zijn er geen velden, tuinen en boomgaarden meer en is er nog maar een wijngaard.
Tijdens verschillende oorlogen en conflicten werd de heuvel gebruikt om Parijs te beschieten en werden er kanonnen geplaatst. In 1590, tijdens de Hugenotenoorlogen, de Slag om Parijs in 1814 en de Commune de Paris in 1871.
In de tweede helft van de 19e eeuw begonnen schrijvers, schilders en bohemiens zich hier te vestigen. De wijk was populair vanwege de lage huren en de hoge mate van tolerante. Pissarro, Toulouse-Lautrec, Matisse, Van Gogh, Picasso, Renoir en vele andere schilders hebben in Montmartre gewoond en gewerkt. Er zijn dan ook de nodige schilderijen die een tafereel uit Montmartre weergeven. De wijk was populair onder Parijzenaars vanwege de vele guinguettes, kleine cafés waar gegeten, gedronken, gedanst en muziek gemaakt werd, en cabarets. Ook was er veel prostitutie. Nu is de wijk dus heel toeristisch, maar het is nog steeds knus en volks (vooral onderaan de heuvel) en het heeft ook nog steeds een artistiek karakter.

Ik begon op Place des Abbesses, een mooi, levendig pleintje met een fontaine de Wallace en een krantenkiosk zoals er meer in Parijs zijn. Op dit pleintje is
diepste metrostation van Parijs (neem de lift!) met een van de laatste Art Nouveau ingangen van Guimard.. Hier kruiste mijn pad voor het eerst dat van de film Amélie Poulain. Beneden bij metro halte zijn opnamen gemaakt en ook de krantenkiosk is te zien in de film.
Op het plein, achter de kiosk zit een café met een terras waar het heerlijk toeven is en waar je fijn mensen kan kijken en je hebt een prachtig zicht op het plein en de kerk aan de overkant.


Eglise Saint-Jean de Montmarte . Deze kerk werd tussen 1894 en 1904 gebouwd toen de verderop gelegen Saint-Pierre de Montmartre te klein was geworden door de snel groeiende bevolking in de wijk. Architect Anatole de Baudot gebruikte het systeem van holle betonblokken waar een ijzeren wapening doorheen werd getrokken en die vervolgens met cement werden gevuld (leuk om eindelijk te weten wat gewapend beton is).
De gevel is van rood baksteen met Art-Nouveau-elementen van keramiek. Het mooie aan deze kerk vind ik dat de Art Nouveau overal is doorgevoerd. Zelfs het doopfond is Art Nouveau.
Tussen 1837 en 1905 stond op Place des Abesses het stadhuis van Montmartre waar nu Square Jehan Rictus is. Hier is nu de Mur des je t’aimes, een kunstwerk uit 2000 van Frédéric Baron en Claire Kito. Het bestaat uit 612 geëmailleerde lavategels in 250 talen ‘ik hou van jou’ geschreven staat. De rode spetters op de muur symboliseren een gebroken hart en samengevoegd vormen ze een groot volledig hart. Het is wat toeristisch maar ik vond het wel leuk.

Bij Passage des Abbesses nam ik de trap omhoog naar Rue des Trois Frères. Ik had ook later naar deze straat kunnen gaan als ik de heuvel afkwam maar zo was het effect wel leuk zo daarom deed ik het nu. Als je boven komt sta je bijna in de film Amélie. Op nr 56 zit het pand met het appartement van Amélie Poulain en de groentewinkel Maison Collignon. Voor de opnamen van de film zat hier een andere épicerie, die wat cheap was (woorden van de regisseur), en na de opnamen besloot de eigenaar de épicerie zo te laten en zelfs het bordje hangt er nog. Voor de duidelijkheid de film is uit 2001! Het is wel een beetje een bedevaartsoort voor fans van de film, zoals alle plekken uit de film in de buurt, maar voor echte fans van de film (zoals ik) is het leuk om even langs te lopen.
De straat is vernoemd naar drie broers Dufour die eigenaar waren van het stuk land waar de straat op ligt.
Verderop is Place Émile Goudeau. Dit is een schattig pleintje waar Le Bateau-Lavoir aan ligt. Le Bateau-Lavoir was oorspronkelijk een danszaal en pianofabriek. In 1889 werd het opgedeeld in 20 kleine kamers, aan de twee kanten van een lange gang die leek op het gangboord van een schip. Het pand was eigenlijk een krot en had een vreemde indeling. Er was geen verwarming en omdat er maar één kraan was, zou het door de Franse schrijver en schilder Max Jacob ironisch Le Bateau-Lavoir (wasschip) zijn genoemd. Bewoners van het gebouw waren onder andere Georges Braque, Kees van Dongen en zijn vrouw Augusta Preitinger, Paul Gauguin, Amedeo Modigliani, Otto Freundlich en Pablo Picasso. Picasso schilderde hier onder meer Les Demoiselles d’Avignon. Het was ook een onofficiële club waar bijeenkomsten werden georganiseerd waar schilders, schrijvers en kunsthandelaren kwamen. In 1970 brak er brand uit en ging bijna het hele pand in vlammen op. In 1978 werd het herbouwd. Heel grappig als je op het pleintje staat of op street view kijkt zie je een gevel met daarop Bateau Lavoir en in de etalage hangen foto’s, maar dit is niet de Bateau-Lavoir, dat is het pand ernaast op nummer 13.
Ik ging via Rue des Trois Frères, Rue Vieuville en rue des Martyrs naar Rue Yvonne le Tac. Dit was geen straf want het zijn leuke straatjes met leuke winkeltjes en cafés. Op nr 11 van Rue Yvonne le Tac zit de Crypte du Martyrium de Saint-Denis et du Souvenir de Saint Ignace de Loyola. De kapel valt niet erg op omdat het zo’n smal straatje is en hij is vanbinnen ook niet erg indrukwekkend vond ik. Dit is de plek zijn waar Dionysius onthoofd werd. Dionysius zou de eerste bisschop van Parijs zijn geweest. In de 9e eeuw werd hier een kapel gebouwd. In 1534 legden Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Peter Faber en vier anderen in de kapel geloften van armoede en kuisheid af en beloofden elke twee jaar een pelgrimstocht naar Jeruzalem te maken om de ongelovigen te bekeren. Deze Gelofte van Montmartre werd door Peter Faber, de enige priester in de groep, ontvangen toen hij aan de anderen de communie gaf. In de 16e eeuw werd tijdens bouwwerkzaamheden een trap gevonden die naar een crypte leidde met drie graven gemarkeerd met een kruis en oude inscripties. Door deze ontdekking geloofden mensen dat dit de plek was waar Dionysius en zijn metgezellen waren onthoofd en begraven. Dit wijkt dus af van de gangbare legende dat Dionysius naar de voorstad Saint-Denis liep met zijn afgehakte hoofd onder zijn arm. De abdissen van de abdij van Montmartre bouwden de nieuwe Sanctum Martyrium-kapel en nieuwe kloostergebouwen rond de crypte. Tienduizenden Parijzenaars maakten er pelgrimstochten naartoe.
Aan de overkant zit het snoepwinkeltje Mon p’tit caramel en ik wou dat ik echt in Parijs was zodat ik daar naartoe kon. Of niet, want ik ben bang dat ik daar te veel zou inslaan
Ik liep de straat uit, stak over naar Rue Tardieu en liep rechtdoor op Place Saint-Pierre naar de enorme stoffenwinkels die daar zitten. Mijn moeder was heel goed met een naaimachine en maakte een groot deel van mijn kleren. Bij deze stoffenwinkels, mijn favoriet was Reine, kochten we onder meer wollen stof voor een lange jas en velour voor de kraag, meubelstof voor blazers en changeant satijn voor een avondjurk.
Ik liep terug naar de trappen die naar de Sacré-Cœur leiden. Je kan de trappen oplopen maar je kan ook de funeculaire nemen links naast de trappen. Dat kost een metrokaartje maar ik zou dat doen want het zijn 237 treden en die zijn diep en scheef waardoor lopen lastig kan zijn en er staat je nog meer klimmen te wachten. Maar omdat het virtueel geen energie kost ben ik vandaag gaan lopen.
Toen ik boven kwam draaide ik me eerst om want vanaf het pleintje voor de kerk heb je een van de mooiste uitzichten over de stad. Zelfs op Google Street view is het mooi!
De Sacré-Cœur vind ik een mooie suikertaart. De kerk is gewijd aan het Heilige hart van Jezus. Hij lijkt is gemaakt van travertijn wat een kalksteen is die bij regen een wit kalklaagje produceert waardoor de basiliek zeer wit blijft. De aanleiding voor de bouw van de Sacré-Cœur waren de 58.000 doden die vielen in de Frans-Pruisische Oorlog van 1870-1871. De eerste steen werd in 1875 gelegd, maar het duurde tot 1914 tot de basiliek klaar was.
Omdat de bodem waar de kerk op staat instabiel was werden 83 putten van 45 meter diep gegraven. Ze werden vervolgens volgestort met stenen en met ondergrondse bogen aan elkaar verbonden. Dit koste zoveel dat na de aanleg van de fundering opnieuw geld ingezameld moest worden. En er waren meer uitdagingen: in de klokkentoren hangt een klok die 19 ton weegt en een van de grootste en zwaarste luidklokken ter wereld is. Er waren 28 paarden nodig om een kar met de klok de heuvel op te trekken.
Nog een paar superlatieven: in de kerk bevindt zich een mozaïek van de Majestas Domini en dit is een van ’s werelds grootste afbeeldingen van Jezus en de sacristie aan de oostzijde van de kerk is de op een na grootste ter wereld.
De Sacré-Cœur is een van de grootste toeristische trekpleisters van de stad maar lang niet alle Parijzenaars vinden de kerk mooi. Er was ook veel protest tegen de bouw van de kerk omdat precies op deze plek de kanonnen stonden en veel gevochten werd tijdens de Commune van Parijs in 1871 waarbij veel doden vielen.
Zoals ik hier boven al schreef ben ik een keer naar een dienst in de Sacré-Cœur. Het was niet gepland, maar ik liep samen met een vriendin net naar binnen toen de dienst begon en we besloten te blijven. Nu zijn de diensten live via YouTube te zien maar dat vind ik toch minder indrukwekkend.

Omdat ik meer wilde weten over de Benedictijner nonnen van de Sacré Cœur zocht ik op internet maar het enige wat ik kreeg waren nieuwsberichten uit 2025. Toen werd bekend dat de nonnen veertig jaar onder een terreurbewind hadden geleefd, waarbij ze o.a. werden gedrogeerd en signalen door de kerkleiding werden genegeerd. Verantwoordelijke was moeder-overste Marie-Agnès.
Naast de Sacré-Cœur staat Ëglise Saint-Pierre de Montmarte. Dit is de op een na oudste kerk van Parijs (Saint-Germain-des-Près is de oudste). Hij is, klein, gotisch en rustig omdat iedereen naar de Sacré-Cœur gaat en deze kerk overslaat.
De kerk is gebouwd op de site van een Merovingische basiliek, gewijd aan Saint-Denis, waarvan vijf kapitelen en vier marmeren zuilen zijn hergebruikt in de huidige kerk. De zuilen waren zelfs al onderdeel van een oude Romeinse tempel (de marstempel? ik weet het niet, zou kunnen). Aan het begin van de twaalfde eeuw was de oude kerk vervallen. In 1133 kocht door koning Louis VI de Dikke de kerk en werd hij vervangen door een nieuwe romaanse kerk. Koningin Adélaïde de Savoie stichtte tegelijkertijd de Koninklijke Abdij van Montmartre ten zuiden van de kerk (ongeveer naast waar nu Place du Tertre is). De kerk werd toen dus tegelijkertijd parochiekerk en abdijkerk. In 1686 verhuisden de nonnen naar het nieuwe klooster bij de Sanctum Martyrium-kapel, en de kerk was sindsdien uitsluitend in het bezit van de parochie, maar bleef eigendom van de Koninklijke Abdij van Montmartre tot de opheffing en sloop ervan tijdens de Franse Revolutie. In 1794 werd de apsis van de kerk beschadigd door de herbouw van de kerktoren met een optische telegraaft door Claude Chappe. Als gevolg hiervan werden de oostelijke delen van de kerk niet meer voor de eredienst gebruikt na de heropening in 1803. In 1868 was de kerk zo vervallen dat er plannen waren om hem te slopen maar hij werd toch gered. De restauratie werd uitgevoerd tussen 1900 en 1905, waarna Église Saint-Pierre haar huidige uiterlijk kreeg.


Ik vind deze kerk misschien interessanter dan de Sacré-Cœur, want ik hou meer van hele oude kerken, en de naastgelegen Cimetiere du Calvaire vond ik nog interessanter. Zo indrukwekkend zo’n oud kerkhof midden in een superdrukke wijk!
De begraafplaats ligt op het hoogste punt van Montmartre en het is de kleinste begraafplaats in Parijs, er zijn maar 85 graven. De begraafplaats is maar één dag per jaar open voor publiek, namelijk 1 november en dan moet je ook waarschijnlijk wachten want ze laten meer 15 mensen tegelijk binnen. Ik bezocht de begraafplaats in 2007 en ik weet dat het toen ook niet altijd open was, maar wel vaker dan nu want ik was er op 16 september. Dat was een zondag, dus waarschijnlijk was het toen alleen op zondag open of één zondag per maand ofzo.
De grote witte toren die overal bovenuit torent is een watertoren uit 1927.

Place du Tertre is het midden van Montmartre– plein met veel cafés en kunstenaars die portretten tekenen/schilderen. Meestal druk en behoorlijk toeristisch, maar ik vind het leuk. Best om hier ’s ochtends te komen
Geen goede plek om te eten omdat het heel toeristisch is. Ik heb er een keer ’s avonds gegeten en ik kan me niet herinneren dat het echt slecht en ook niet echt goed, maar wel vrij aan de prijs was. Place du Tertre betekent heuvelplein, maar het plein kan ook vernoemd zijn naar Guillaume Dutertre die in 1503 aangesteld was als beheerder van het bezit van de abdij die dus zo ongeveer naast dit plein stond. Ik vind de tweede verklaring leuker.
Nog een leuk verhaal: het schijnt dat in 1814, tijdens de Slag om Parijs hier de eerste bistro werd geopend. In Montmartre zaten Russische soldaten gelegerd en in het restaurant La Mere Catherine zouden ze tegen de ober Bistro bistro! geroepen hebben. Bistro betekent snel in het Russisch en een bistro kan je snel een maaltijd nuttigen.
Als je een leuk souvenir wil kan je je portret laten maken. Kijk welke portretten je mooi vindt en kies een tekenaar die niet te opdringerig is. Kom wel vroeg anders zit je daar terwijl hordes mensen langslopen. Dat lijkt mij echt verschrikkelijk! Ik heb zelf een portret van mijn moeder uit 1966 aan de muur hangen en een portret van mijn zus en mij uit 1977 dat ik eigenlijk ook op zou moeten hangen.
Aan het eind van de 19e en begin van de 20e eeuw was Montmartre de “schilderswijk”. Behalve Place du Tertre en een aantal ateliers en galeries is dat nu niet meer zo, maar er zitten nog wel speciaalzaken met schilderbenodigdheden en die zijn echt fantastisch.
Morgen (of overmorgen) ga ik verder.
Eten
Gisteravond kookte ik eindelijk weer iets Frans. Ik maakte ratatouille en bakte er côtelettes d’agneau (lamskoteletjes) bij. Eergisteren lunchte ik buiten de deur en at ik een croque monsieur en vandaag liep ik langs de fransetaartjesbakker een wijk verderop en kocht ik een fantastische pain au chocolat voor de goûter en een croissant voor morgenochtend.
Vandaag gebruikt
Montmartre https://fr.wikipedia.org/wiki/Montmartre
Place des Abbesses https://fr.wikipedia.org/wiki/Place_des_Abbesses
Eglise Saint-Jean de Montmarte https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Jean_de_Montmartre
Mur des je t’aimes https://fr.wikipedia.org/wiki/Mur_des_je_t’aime
Le Bateau-Lavoir
Crypte du Martyrium de Saint-Denis et du Souvenir de Saint Ignace de Loyola https://en.wikipedia.org/wiki/Martyrium_of_Saint_Denis,_Montmartre
Sacré-Cœur https://fr.wikipedia.org/wiki/Basilique_du_Sacr%C3%A9-C%C5%93ur_de_Montmartre
Ëglise Saint-Pierre de Montmarte https://fr.wikipedia.org/wiki/%C3%89glise_Saint-Pierre_de_Montmartre
Cimetiere du Calvaire https://fr.wikipedia.org/wiki/Cimeti%C3%A8re_du_Calvaire
Place du Tertre https://fr.wikipedia.org/wiki/Place_du_Tertre
Film locations for Amélie (Le Fabuleux Destin d’Amélie Poulain) (2001)
Wandelingen
Google Street view
https://youtu.be/yqOlY5uBBbo?si=EFiBHaMioUhBRAfv
Gidsen
Capitoolgids Parijs
Aan het lezen
Vorige week las ik Een bakkerij in Parijs van Aimie K. Runyan. Toen ik de titel zag dacht ik dat het chicklit was maar het bleek een historische roman. Ik vond het een fijn boek om te lezen en heb er veel van geleerd over de Commune.de Parijs

